Grote praatronde woensdag 19 april

 

  1. Waarom ga je naar het ziekenhuis?

Clara vertelde ons deze week dat ze naar het ziekenhuis moest omdat ze erge buikgriep had. In het ziekenhuis moesten ze een naald in haar arm prikken omdat ze te weinig zuurstof had. Ook Mirthe is pas naar het ziekenhuis geweest om een foto te maken omdat ze gevallen was. Dat deed Aagje denken aan toen zij in het ziekenhuis was voor haar gebroken arm. Toen hadden ze ook een foto gemaakt. Een foto die ze in het ziekenhuis van je maken noemt een röntgenfoto.

Maar er zijn nog andere redenen waarom je naar het ziekenhuis moet gaan: – als je iets hebt ingeslikt bv. een stukje rubber. Dit kan je eventueel laten weghalen door een operatie. – als je gevallen bent en er iets genaaid moet worden. -als je kanker hebt.

Als het dringend is komt de ziekenwagen je halen om naar het ziekenhuis te gaan.

  1. Wat is een hoofdstad?

Tijdens de paasvakantie is Wannes in de hoofdstad van Frankrijk, Parijs geweest. Remy bracht een bezoekje aan de hoofdstad van Engeland, Londen.

Een hoofdstad is een belangrijke stad van een land.

Er zijn vaak typische dingen aan zo een stad, er zijn altijd verschillende dingen om te bekijken.

We wisten ook dat Brussel de hoofdstad was van ons eigen land.

In Brussel hebben we manneke pis en het Atomium.

Wannes en Briek maakten mooie tekeningen met enkele belangrijke bezienswaardigheden van Parijs en Londen.

De Eifeltoren, de piramides van het Louvre. Een rode bus, de Big Ben, Londen Eye

 

  1. Hoe ontwerp je?

Marie had een barbiepop bij vandaag. En Robie een boek met verschillende mooie kleedjes in.

Wij dachten na over hoe je kleren ontwerpt. Je start altijd met een tekening, een patroon noem je dat.

Voor dat je kan starten moet je weten wat voor kledingstuk je wilt: een rokje, kleedje, broek, trui, bloesje… Daarna moeten we de maat opmeten. We gingen aan de slag en namen de maat op van de benen van de barbiepop in de lengte en in de breedte.

Ook gingen we eens kijken welke maten wij zelf hebben.

De maten van onze T-shirts waren: 128, 122, 116, 134-140

Als we de vorm hebben getekend en de maat hebben kunnen we de kleur kiezen dat het gaat hebben, welke figuurtjes erop komen, …

We probeerden ook om verschillende patronen van stofjes te tekenen.

 

  1. Hoe maak je goede bellenblaas?

Roos vroeg zich af hoe je goede bellenblaas maakt.

We gingen op zoek naar het antwoord op youtube en vonden een recept.

Dreft, water en het geheime recept: suiker!

Ook hadden we een kom, een lepeltje en ijzerdraad nodig om het zeepsop te maken.

Op youtube zagen we ook nog een leuk filmpje met reuzenbellen.

We gaan dit recept binnenkort zeker nog uittesten in de klas zodat we zelf bellen kunnen blazen.

 

  1. Het walkie talkie onderzoek.

Mauro had zijn walkie talkies mee vandaag.

We leerden dat portofoon een ander woord is voor walkie talkie.

Dit komt van porter dat betekent in het Frans meenemen. Een telefoon die je mee kan nemen dus!

De politie, de brandweer, … gebruiken nog een walkie talkie omdat je dan direct in verbinding staat met elkaar.

Tijdens het uitproberen merkten we wel dat dikke muren stoorzenders waren.

Ook moeten we goed opletten dat we de knopjes juist gebruiken want als je ’t indrukt kan je de andere niet horen.

We speelden ook het spelletje waar ben ik?

Hier moest je gerichte vragen stellen aan elkaar. Zoals: is er een dier in de zetel? Dan weet je meteen of er een dier is.

Als je gokt en vraagt zit er een kleine hond in de slaapkamer ga je het minder snel weten.

Toen iedereen klaar was in zijn eigen groepje deelden we met elkaar wat we onderzocht hadden.

Zo leerden we nieuwe dingen bij. Toen iedereen aan de beurt was geweest mochten we vertellen wat we zelf hadden onthouden van de grote praatronde.

 

 

 

 

Comments are closed.